Over mij - Mijn verhaal

Ik neem je graag even mee in mijn verhaal. Ik heb dit niet alleen maar geleerd uit een boekje, maar namelijk uit de praktijk. Dat maakt dat ik, de geachten, patronen en valkuilen van je goed begrijp. Ik heb ze namelijk allemaal doorleefd. Ik neem je kort mee in mijn eetstoornisverhaal, wat de fundering voor mijn bedrijf en werkwijze heeft gelegd.

Mijn jeugd

Ik groeide op in Schalkhaar. Aan de buitenkant een vlekkeloze jeugd. Rijtjeshuis, voetballen tot de lantaarnpalen aangingen, een veilige straat. Mijn ouders zijn prachtige ouders die mij een mooie opvoeding hebben gegeven, aan de oppervlakte klopte alles.

Maar binnen onze muren was er een ongeschreven regel: over de binnenkant praten we niet. Verdriet, schaamte of angst kregen geen woorden. Niet uit onwil, simpelweg uit onkunde. Je slikte het in en je ging door.

Hier werd de eerste laag van mijn programmering geschreven: emotie die geen taal krijgt, zoekt een andere uitweg. Vergelijk het met een bal die je onder het water wilt drukken.

WhatsApp Image 2025-07-26 at 20.38.35

Dan was er de dynamiek rondom eten. Aan de ene kant was het de lijm van het gezin: zaterdag patatdag en chips bij een film. Maar in de marge zag ik iets anders gebeuren. Ik zag de heimelijke strijd. Het eeuwige ‘maandag begin ik echt’, het strenge lijnen, het vervolgens weer loslaten en het stiekeme snaaien op de trap van mijn moeder.

Het was niet kwaadaardig, maar voor een kind is het een verwarrende, dubbele boodschap. Ik installeerde onbewust een fatale overtuiging: eten is je ultieme troost, maar ook iets om krampachtig te controleren en je diep voor te schamen.

De basisschool overleefde ik prima als de rustige, ietwat nerdy jongen. Maar in de tweede klas van de middelbare school veranderde de rangorde. Er kwamen nieuwe jongens die hun eigen onzekerheid afkochten door mij structureel naar beneden te trappen.

De dagelijkse opmerkingen. Vijftien paar ogen in je rug als je door de gang liep. Niemand vroeg hoe dat voelde, en ik sloeg zelf ook dicht. Mijn zelfbeeld desintegreerde volledig. Als ik in de spiegel keek, zag ik geen jongen meer. Ik zag een defect dat opgelost moest worden.

Omdat ik de taal miste om het op te lossen, zocht ik de uitknop voor de herrie in mijn hoofd. Ik vond mijn schuilplaats op mijn slaapkamer, achter een scherm. Gamen tot diep in de nacht. In die digitale wereld was ik veilig, werd ik niet afgewezen en had ik de absolute regie.

En bij die ontsnapping hoorde brandstof.

Mijn bureaulades lagen vol met chips, koeken en winegums. Stiekem mee naar boven smokkelen, stiekem opeten en de lege wikkels geruisloos wegmoffelen zodat niemand het bewijs zag. De combinatie van suiker, prikkels en isolatie was de perfecte verdoving.

Ik stopte met sporten en de kilo’s vlogen eraan. Elke kilo voelde als het onomstotelijke fysieke bewijs dat ik inderdaad niet deugde. Hoe slechter ik me voelde, hoe slechter ik voor mezelf zorgde. De cirkel was rond.

Ik dacht jarenlang dat ik gewoon zwak was. Dat ik discipline miste. Pas veel later zag ik de keiharde logica van mijn eigen gedrag in. Mijn brein koos niet willekeurig voor die lade vol winegums. Ik had als veertienjarige een overlevingsmechanisme gebouwd om pijn, onzekerheid en afwijzing te dempen.

Het was geen gebrek aan ruggengraat. Het was een systeem dat precies deed wat het moest doen: overleven. En dat is exact de analytische blauwdruk waarmee ik nu naar het stiekeme gedrag en de eetbuien van mijn klanten kijk

Hoe ik een eetstoornis bij mijzelf creëerde...

Ontwerp zonder titel-6

Later verhuisde ik naar een studentenhuis in Deventer. Het werd een veilige basis. Samen met een fanatieke huisgenoot besloot ik de boel om te gooien: alle troep de deur uit. Ik verslond boeken over voeding en raakte geobsedeerd door het menselijk lichaam. Mijn zoektocht naar gezondheid begon als een rationele poging om mezelf eindelijk te fixen.

Maar hier nam mijn alles-of-niets mentaliteit de besturing over. Ik besloot dat die kilo’s weg moesten. En ik deed dat zoals ik alles deed: extreem.

  • Zeven dagen per week trainen.
  • Geen druppel alcohol meer.
  • Uitsluitend ‘clean’ eten, zonder een millimeter marge voor menselijkheid.

Op papier was mijn strategie een daverend succes. Ik viel ruim twintig kilo af. De buitenwereld applaudisseerde; ze zagen een gozer met spiermassa en een ijzeren discipline. Maar aan de binnenkant was het één grote paniekshow.

Ik telde obsessief elke calorie. Ik woog mezelf dagelijks en deelde mentale straffen uit als het getal op de display niet klopte. Ik begon vrienden en etentjes structureel af te zeggen. Het risico dat ik de controle zou verliezen bij een borrel of een ongeplande maaltijd, was simpelweg te groot. Ik isoleerde mezelf volledig om mijn regels te beschermen.

Dit is de biologische wetmatigheid van extreme restrictie: het systeem crasht altijd.

Hoe strakker ik mezelf vastzette, hoe gewelddadiger de eetbuien terugkwamen. Zodra de knop omging, werkte ik alles naar binnen. Pasta, koek, chips, eieren, ijs, alles door elkaar. Zelfs als ik fysiek misselijk was, denderde de drang meedogenloos door. Het was geen honger, het was pure kortsluiting.

Daarna volgden de schaamte en de diepe walging over mijn eigen zwakte. En wat was mijn ‘logische’ oplossing voor dit falen? Precies: nog strengere regels en nog meer restricties voor de dag erna.

Ik had mezelf muurvast gezet in mijn eigen overlevingsmechanisme.

Mijn dieptepunt in 2022...

1 oktober 2022. Ik zag een foto van mezelf en de realiteit sloeg in als een bom. Ingevallen wangen, uitstekende ribben, lege ogen. Ik was op papier misschien op mijn absolute streefgewicht, maar ik was nog nooit zo ver verwijderd geweest van echte vrijheid. Mijn ijzeren discipline had me volledig gegijzeld.

In diezelfde periode hing ik voor het eerst boven de wc met mijn vinger in mijn keel. Eerst incidenteel, daarna structureel. Mijn rationele smoes? ‘Dan tellen de calorieën tenminste niet.’ Het gaf me een absurd, vals gevoel van controle. In de harde werkelijkheid was het de ultieme bevestiging dat ik de regie volledig kwijt was.

Aan de buitenkant hield ik het masker perfect op. Ik werkte in een feestcafé en speelde moeiteloos de vrolijke, sociale gast. Maar als ik ’s nachts alleen voor de spiegel stond, was het aardedonker. Ik stelde mezelf letterlijk de vraag: waarom leef ik eigenlijk nog? Toch weigerde ik hulp te zoeken. Dat weigerde mijn ego. Hulp vragen paste niet in mijn script. Ik was toch de competente gast die altijd alles zelf oploste? Precies die hoogmoed was mijn grootste blinde vlek.

Het breekpunt kwam toen ik stopte met de symptoombestrijding. Ik stelde mezelf niet langer de oppervlakkige vraag: ‘Hoe word ik nog droger?’ Ik dwong mezelf tot de ongemakkelijke analyse: ‘Waarom verdoof ik mezelf continu?’

De conclusie was rauw. Mijn hele leven draaide om dopamine-hits: extreem sporten, eten, aandacht, prestatiedrang en alcohol. Het waren allemaal externe instrumenten om maar niet te hoeven voelen dat ik chronisch bang was om niet goed genoeg te zijn.

Ik trok de stekker uit mijn veilige pad. Ik zegde mijn baan als leerkracht op om de psychologie achter gezondheid en gedrag tot op het bot te fileren.

Ik stopte met vechten tegen mijn eetbui en begon het te behandelen als pure data. Als feedback in plaats van een vijand. Ik snapte eindelijk de nuchtere logica van mijn eigen gedrag: mijn brein had ooit een briljante overlevingsstrategie bedacht. Maar die verouderde software was me nu letterlijk aan het slopen.

Luister ook vooral mijn verhaal in de podcast met Thomas Groen:

Wat zorgde voor de switch

In plaats van weer een nieuw plan te maken om mezelf nog strenger te beperken, stelde ik eindelijk de juiste vraag. Niet: ‘Hoe word ik nog droger of gespierder?’ Maar de ongemakkelijke, harde vraag: ‘Wat ben ik in godsnaam aan het verdoven?’

De analyse was confronterend. Mijn hele leven draaide om snelle dopamine-hits. Eten, prestatiedrang, overmatig sporten en alcohol. Het waren allemaal externe instrumenten om de chronische angst om te falen en afgewezen te worden, weg te drukken.

439150438

Ik besloot de stekker uit mijn veilige script te trekken. Ik zegde mijn baan in het onderwijs op. Niet omdat het werk slecht was, maar omdat ik de diepte in wilde met de enige psychologische puzzel die er voor mij toe deed: gezondheid en gedrag.

Ik veranderde mijn relatie met sport. Ik loop inmiddels (halve) marathons, maar de stopwatch is geen strafinstrument meer. Het is geen wanhopige poging meer om te bewijzen dat ik goed genoeg ben. Het is simpelweg data van wat mijn lichaam kan. Ik leerde mijn stiekeme eetgedrag niet langer te zien als een vijand, maar als objectieve feedback. Ik was niet zwak. Mijn systeem had simpelweg een briljant overlevingsmechanisme bedacht. Alleen zat die verouderde strategie me nu meedogenloos in de weg.

In 2024 haalde ik mijn papieren als Gewichtsconsulent. Meteen zag ik het probleem van de standaardaanpak. De hele industrie staart zich blind op symptoombestrijding: calorieën tellen, lijstjes afvinken en protocollen volgen. De psychologische onderstroom (overtuigingen, overlevingsmechanismen, zelfbeeld en compensatiegedrag) wordt compleet genegeerd.

Geen wonder dat zoveel intelligente mensen blijven vastlopen en zichzelf elke maandag opnieuw voor de gek houden met de belofte dat het ‘nu echt anders wordt’.

Daarom ben ik mijn praktijk gestart. Niet als de zoveelste coach met inspirerende quotes, maar als mindset- en eetgedragcoach die exact weet hoe het is om aan de buitenkant perfect te functioneren, terwijl je van binnen mentaal leegloopt. Ik weet hoe het is om sociale evenementen af te zeggen uit pure paniek voor een buffet, en ik ken de dictatuur van goed/fout en dik/dun.

Nu werk ik uitsluitend met mensen die rationeel, succesvol en verantwoordelijk zijn, maar die ’s avonds de controle verliezen over hun eigen gedrag. Ik weiger ze een nieuw voedingsschema te geven. Ik geef ze de psychologische blauwdruk van hun eigen falen. Zodat ze niet langer op pure wilskracht hoeven te overleven.

Mijn verleden is geen ballast meer, het is mijn sterkste instrument. De eetbuien, de wc-momenten, de eenzame schaamte en de obsessie met getallen, het is de taal geworden waarmee ik nu feilloos door jouw smoesjes heen prik.

Je hebt deze pagina niet voor niets tot hier gelezen. Misschien herken je de façade. Misschien herken je de paniek. Als dat zo is, weet je nu in elk geval dat jouw gedrag geen zwakte is, maar een logisch patroon. En patronen kun je kraken.

Nu je weet waar ik vandaan kom, snap je exact waarom ik weiger met lijstjes te werken en altijd direct naar de besturing kijk.

Tijd om te stoppen met het bestrijden van de symptomen?